DEN HAAG – Het kabinet heeft besloten een deel van de nieuwe wetgeving rond zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) te schrappen. Het gaat om het zogenoemde verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar), dat al bij de Tweede Kamer lag. Volgens het kabinet zorgde dit onderdeel voor onrust onder zelfstandigen en opdrachtgevers.
Minister Eddy van Aartsen van Werk en Participatie zegt dat met dit besluit een nieuwe koers wordt ingezet. “Het kabinet zet hiermee een eerste stap van een nieuwe koers. Het is belangrijk om zelfstandigen en opdrachtgevers duidelijkheid te geven. En daarmee te zorgen voor rust onder zzp’ers en opdrachtgevers, zodat we voorkomen dat opdrachten onnodig wegvallen.”
Nieuwe wet voor zelfstandigen
Het geschrapte deel van het wetsvoorstel moest verduidelijken wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of in feite werknemer is. Volgens het kabinet ontbrak er voldoende draagvlak voor deze regels. Door het onderdeel te schrappen wil het kabinet ruimte maken voor een nieuwe wet: de Zelfstandigenwet.
De invoering van deze wet is een afspraak uit het coalitieakkoord. Met de Zelfstandigenwet wil het kabinet de positie van zzp’ers duidelijker in de wet vastleggen. De komende periode wordt verder gewerkt aan de uitwerking daarvan.
Handhaving op schijnzelfstandigheid blijft
In Nederland werken ongeveer 1,2 miljoen mensen als zelfstandige zonder personeel. Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat opdrachtgevers alsnog loonheffingen moeten afdragen wanneer een samenwerking juridisch toch als arbeidsovereenkomst wordt gezien.
Volgens het kabinet blijft deze handhaving ongewijzigd van kracht.
Meer bescherming voor laagbetaalde zzp’ers
Naast het schrappen van het verduidelijkingsdeel wil het kabinet juist tempo maken met een ander onderdeel van het wetsvoorstel Vbar. Dit onderdeel moet laagbetaalde zzp’ers beter beschermen. Het gaat om zelfstandigen die tot 38 euro per uur verdienen, berekend op basis van de peildatum 1 januari 2026. Zij kunnen een beroep doen op een zogenoemd rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. In dat geval moet de opdrachtgever aantonen dat er geen sprake is van loondienst.
Lukt dat niet, dan kan de zzp’er aanspraak maken op de bescherming die hoort bij een arbeidsovereenkomst.